Voor Ernst

To be or not tot be

 

Een rasechte Amsterdammer
in hartje Gelderland,
doet je toch afvragen
hoe hier te zijn belandt

Je moet toch immers
een beetje vreemd wezen,
te verkassen naar Renkum
nog op je voorhoofd te lezen:

Mokum.

Zoals deze stad,
heb ik jou gekend:
als de vrijzinnige geest
die je voor me bent;

die kunstzinnige excentriekeling,
met dat herkenbare accent.

Roxy Music, Evanescence:
opnames, je kon ze dromen (…)
En de muziek waarmee je getrouw,  
ieder gast deed verwelkomen…

En dan altijd even kijken,
naar je laatste creaties;
niet altijd geheel mijn smaak,
doch vaak uitlokkend fascinatie…


voor deze halfnaakte vrouwen;
vereeuwigd op doek
Wie zijn deze vrouwen,
en waar zijn zij naar op zoek?

Wat heeft hen bewogen,
zich dusdanig te etaleren:
naakt in al hun vrouwelijkheid;
voor ‘kunst’, of slechts renderen?

Vaak, zo vertelde Ernst,
hadden schilders hun relaties;
en was ‘t dan ook een gangbaar iets,
bron te zijn van vele creaties’ (!)

Een “turbulente” tijd…

En zo frivool als de stad,
zo vrijzinnig en vrij,
en met charmes van zulk leven,
zo was jij voor mij

Ernst, onze wegen scheiden;
het was goed je hebben gekend,
en in nagedachtenis aan jou:
“Misschien geen monument…”

doch je aanwezigheid was er één,
in het geheugen geprent

Tabée!